Vlak voor onze vakantie werd door Mingos mijn Bubba|Two afgeleverd. De komende periode zal op Digiplace regelmatig verslag worden gedaan van de hiermee opgedane ervaringen. Er zijn immers verbazingwekkend veel mogelijkheden uit dat kleine kastje te toveren.
Met een afmeting van 11.5 x 4.5 x 18.5 cm (bxhxd) en een stroomverbruik van maximaal 12 watt (afhankelijk van je harde schijf) kan Bubba overal wel een geschikt plekje vinden. Bij Digiplace staat hij op de werktafel. Er is geen actieve koeling ingebouwd waardoor het geluidsniveau bijzonder laag is. Iets wat goed uitkomt omdat mijn IKBENSTIL desktop (nog) net zo stil is als ze toentertijd hebben beloofd.
Bubba|Two is dus een kleine en energiezuinige home server. Mijn uitvoering is voorzien van een 1TB “Green Power” harde schijf van Western Digital. Een uitstekende keuze want deze schijf staat bekend om zijn lage geluidsniveau en een lage energie behoefte. De 333 MHz Power PC processor vereist een speciale versie van Debian (Debian PPC) en is daarmee een vertrouwde omgeving voor iedere Ubuntu gebruiker. En dankzij de ruim 10.000 beschikbare applicaties (!) is vrijwel alles mogelijk. (klik op het plaatje voor een presentatie van die mogelijkheden)

Er zijn verschillende mogelijkheden om Bubba|Two in gebruik te nemen. Je kan b.v. Bubba als server, router en firewall gebruiken maar voorlopig werk ik met de optie waarbij mijn huidige gateway (een Fritz!Box 7170 modem/router) blijft bestaan. In een later stadium ga ik nog wel de andere aansluitings mogelijkheden uitproberen.

Het in werking zetten van deze opzet is eenvoudig. Een cat5 utp verbinding maken met een vrije lanpoort van mijn Fritz!Box en de stroom inschakelen. Vervolgens heb ik mijn Fritz!Box opdracht gegeven om het interne IP adres die door de DHCP server werd afgegeven aan Bubba te fixeren (Always assign this network device the same IP address). En vervolgens heb ik Fritz!Box gevraagd om dat IP adres te benoemen als “bubba” want dat is wel zo gemakkelijk om te onthouden. Overigens zijn deze mogelijkheden alleen te gebruiken als je werkt met de laatste firmware die bij deze Fritz!Box hoort (Firmware version 58.04.67)
Het configureren van Bubba|Two is dan heel eenvoudig uit te voeren door gebruik te maken van de beschikbare web interface. Je hoeft nu immers alleen maar http://bubba/ in je browser in te voeren.
Vervolgens klik je op “Administration” en logt in op je server.
Het scherm wat dan verschijnt maakt als snel duidelijk welke mogelijkheden klaar liggen.

Voor de oplettende kijkers, de uptime is laag omdat gisteren een omvangrijke update is gedraaid waarna ik de server heb herstart. Die update was voor mij van belang omdat ik mijn muziek stream vanaf Bubba naar mijn Logitech Squeezebox Classic in onze huiskamer. De bijbehorende server software (Squeeezecenter) was vernieuwd en Bubba neemt die updates gewoon mee.
Het volgende artikel over Bubba|Two zal de verschillende mogelijkheden laten zien die vanuit het menu te maken zijn. Daarna begin ik met de mogelijkheden van Squeezecenter (omdat ik die nou eenmaal gebruik) maar ik zal ook de andere muziek opties gaan uitproberen, waaronder de koppeling met mijn Apple Powerbook en de daarin aanwezige iTunes collectie. En dan komen vanzelf ook andere mogelijkheden aan de orde zoals het opzetten van een mailserver, webserver, fileserver, backup en restore oplossingen, fotoboek, irc server en ga zo nog maar even door. Kortom…wordt nog heel vaak vervolgd.
Tagged as:
Bubba|Two,
Debian,
PPC,
Server,
Squeezebox
De zomervakantie heeft bij Digiplace nogal de neiging om bestaande digitale routines te negeren. We zijn b.v. net terug van twee heerlijke weken op Sicilië. Dat werden dus twee “offline weken” hoewel mijn HTC Magic soms hoge roaming kosten voor lief nam om zijn baasje te informeren over tour etappes en nieuwe artikelen op Linuxweblogs. Nu we weer terug zijn is het nog steeds niet helemaal normaal want onze schoolgaande kinderen hoeven pas weer op 17 augustus op school te verschijnen. Maar langzamerhand komt er weer beweging in. Logeerpartijen, spelen bij vriendjes en vriendinnetjes creëren weer ruimte om Digiplace te voorzien van nieuwe ervaringen. Er ligt zelfs een hele stapel ideeën klaar.
Om te beginnen natuurlijk met de Bubba|Two server. Geweldig apparaat maar ik moet nog wel een hoop uitzoeken. Maar er is ook van alles te melden over handige applicaties voor mijn Android GSM. En dankzij op AKO Schiphol aangekochte buitenlandse linuxmagazines zijn er ook andere projecten die om aandacht schreeuwen. En in Ubuntu User las ik b.v goede artikelen over het gebruik van Celtx en Synergy.
En dan wil ik Digiplace zelf ook nog uitbreiden, verhuizen naar een andere server en meer functionaliteit toevoegen zoals een forum, wiki etc. etc. Maar eerst moet ik die schoolvakantie zien door te komen. Maar dat gaat vast lukken
Tagged as:
Android,
Bubba|Two,
Celtx,
Digiplace,
HTC,
Linuxweblogs,
Synergy,
Ubuntu,
UBUNTU user
Zo, het moest maar eens een keer gezegd worden en dat is deze week dan ook maar eens gedaan. In het buitenland is tenminste wel echte waardering voor het open source en open standaardenbeleid van Nederland. Punt! Nu een deel van Nederland met vakantie is, de Tweede Kamer de koffers al heeft gepakt en de beheerders van de NOiV-site met een mirakelslag een indrukwekkende hoeveelheid nieuwe content op het net hebben geplaatst, durft Ineke Schop het wel te zeggen. En al die boosheid vanuit de Tweede Kamer, de leveranciers (sorry Ineke, je bent de open leveranciers vergeten), de gemeenten, de overheden én de open gemeenschappen? Eigenlijk is dat grote onzin, maar Ineke is grootmoedig genoeg om te erkennen dat er nu eenmaal bij hoort.
Ik herinner mij nog levendig een debat tussen Margaret Thatcher en Neill Kinnock in het Britse Lagerhuis. Thatcher lag met iedereen overhoop. Met de Europese Gemeenschap, met de NAVO, met de Commonwealth. Kinnock’s speech was een briljant staaltje van vileine rethoriek, gebruik makend van Thatcher’s eigen uitspraken: “We feel sorry for the other…” en vul dan maar een getal in. Want Thatcher stond alleen. De punch line is in mijn geheugen geëtst: “Now I know why she says ‘we’ so much. It’s less lonely that way”. Gek hè, dat dit citaat naar boven komt bij de verfrissend openhartige ontboezeming die de programmamanager van het NOiV de wereld in heeft gestuurd?
Want wij begrijpen niet dat het echt de bedoeling is om samen, in alle openhartigheid te werken aan het realiseren van het open standaarden en open source beleid. Dat begrijpen wij echt niet. Wij snappen niet waarom die openhartigheid onder een strakke regie moet plaatsvinden, in besloten en niet aangekondigde bijeenkomsten, met duidelijk gedefinieerde binnen- en buitenringen. Dat niet alles op voorhand wordt gecommuniceerd heeft echt niets met gebrek aan openheid te maken, maar met effectiviteit.(*)
Wij begrijpen ook niet dat het niet zinvol is om de open deskundigheid uit het veld in de volle breedte aan te boren. Want wij snappen niet dat een deel van die deskundigheid eigenlijk helemaal niet deskundig is, dat het vooral -weliswaar goedbedoelend en hardwerkend, maar toch – amateurs zijn.(*) Gelukkig zijn daar de deskundige ambassadeurs die, heel effectief, in een paar dagdelen per maand het kaf van het koren kunnen scheiden.
Wij begrijpen ook niet dat papieren prestaties ook echt wapenfeiten zijn. Het is toch niet voor niets dat de NOiV-monitor zoveel waarde hecht aan papier en getekende intenties. Kom op mensen, snap nou dat we hier te maken met overheden! Het is dan wel jammer dat ze dat in de Tweede Kamer ook niet goed zien, want daar schijnt toch een oververtegenwoordiging aan politici met ambtelijke wortels in te zitten.
En we snappen ook niet dat 200 open source applicaties bij de overheid te danken is aan de noeste arbeid van het NOiV team. Okay, de meerderheid van die applicaties zit vooral op de achtergrond, maar dat geldt zo’n beetje voor het hele internet en de daarvoor benodigde beheers- en ontwikkeltools. Wees dan in ieder geval blij dat de beheerders bij de overheden dat wel snappen. Wees blij dat er hier en daar enthousiaste, zij het wat eigenwijze medewerkers zijn die experimenteren met pakketten als GIMP. Het hoeft er maar één te zijn, maar dat is toch winst. Aangezien ik, als enige, binnen mijn welzijnsorganisatie werk op een Windows desktop met meerdere open source applicaties, dan wel op een laptop voorzien van Linux, kan ik dan veilig stellen dat mijn club compleet open source compliant is. Ik zou even moeten tellen, maar ik denk dat we ruim boven de 200 applicaties komen. Even kijken? Jawel, volgens Synaptic zijn er 2059 pakketten geïnstalleerd.
We snappen niet dat we, net als het buitenland, het geheel lekker van grote afstand moeten bekijken. We moeten vooral niet het buitenland als referentiepunt gebruiken. Kijk, die mooie casussen van grootschalige migraties die worden gepresenteerd (als ze al feitelijk kloppen), dat is puur om enthousiast te maken, zodat we iedereen aan het schrijven krijgen. Dat levert meer papier op en dat is goed. Kijk, al die grote migraties in Europa, Latijns-Amerika, Azië en Rusland. Dat is wel mooi natuurlijk en je moet ze altijd noemen in een rapport. Maar dat doen we zo niet in Nederland. Hier moeten we eerst iedereen achter een document krijgen, dan moeten we iedereen via binnen- en buitenringen in werkgroepen krijgen, dan gaan we heel voorzichtig bescheiden pilots opzetten, die uiteraard heel goed gevolgd moeten worden. En het moet vooral niet te veel deining veroorzaken. Dat snappen we niet.
Gelukkig was ik nog niet met vakantie, anders had ik de wijze woorden pas over een paar weken kunnen lezen. Wij mogen best boos worden van het NOiV. Ook al begrijpen we het niet.
(*) Niet uit de duim gezogen, maar opgeschreven door vertegenwoordigers van het programmabureau.
Tagged as:
NOiV
Wie al wat langer met Linux speelt loopt vroeg of laat tegen het broertje of zusje aan: BSD. De overeenkomsten met Linux maken het experimenteren met BSD niet ingewikkeld en dan kun je kennis maken met een complete open source werkomgeving. Het zwaartepunt van de ontwikkeling van BSD ligt vooral aan de serverkant, maar FreeBSD en het daarop gebaseerde PC-BSD zijn prima werkplekomgevingen. Het grootste nadeel is wellicht dat de BSD-gemeenschappen niet zo te koop lopen met de voordelen van hun besturingssysteem.
Daar kwam vorig jaar wat verandering in met de lancering van een nieuw tijdschrift, BSD Magazine. Het blad kreeg een mix van verhalen, zodat het zowel voor beginnende gebruikers als de meer ervaren ‘hackers’ interessant kon zijn. Op de website staan wat artikelen die gedownload kunnen worden. Dit is op dit moment het enige tijdschrift over BSD.
Het blad is helaas in de problemen gekomen. Nieuwe tijdschriften hebben het ongetwijfeld moeilijk in economisch wat krappere tijden. En – zo heb ik begrepen – de distributie in de Verenigde Staten liep niet helemaal lekker. Deze week kwam het bericht dat het na dit weekend over en sluiten is, tenzij de verkoopcijfers van de actuele uitgave een flinke impuls kregen.
De BSD gemeenschap is daar op verschillende manieren op ingesprongen. De eerste signalen zijn positief en als de impuls zo doorlopt heeft het blad de kans als PDF-uitgave door te kunnen. Het bedrijf iXsystems probeert vervolgens de distributie van BSD Magazine in de VS over te nemen. iXsystems leunt zwaar op FreeBSD en ondersteunt de ontwikkeling van PC-BSD.
Het blad verschijnt viermaal per jaar en een abonnement kost 30 euro (of 20 euro voor een PDF abonnement). Kortom, denk er even over na. Familie moet je helpen, toch?